Een andere boeg

Een andere boeg

Rima is een alleenstaande vrouw met drie kinderen. Ze kwam enkele jaren terug bij het Sociaal Huis terecht via een vluchthuis, waar ze schuilde voor de gewelddadige vader van haar oudste kinderen. Aangezien Rima op dat moment geen Nederlands sprak, startte ze met lessen Nederlands. Daarna deed ze via een tewerkstelling artikel 60 anderhalf jaar werkervaring op. Met toestemming van de VDAB  begon ze ten slotte een opleiding tot verzorgster. Rima evolueerde snel van slachtoffer van familiaal geweld tot sterke, zelfstandige werkneemster, studente en moeder. Probleem opgelost. Dossier afgesloten.  

In zekere zin begint voor Rima het moeilijkste stuk van de rit pas dan. Tijdens de opleiding, na de artikel 60 tewerkstelling, valt ze terug op een werkloosheidsvergoeding. Het bedrag, berekend op een minimumloon, is schier hoger dan het leefloon. Aangezien het sociaal tarief voor energievoorzieningen wegvalt, is de verbetering ten aanzien van het leefloon verwaarloosbaar. 

Hoe hard ze ook probeert, Rima krijgt de eindjes niet aan elkaar geregen. Het OCMW-dossier is afgesloten en daarmee ook haar toegang tot een contactpersoon. Via een vrijwilligster bij een lokale armoede-vereniging vindt ze toch aanknoping bij een familie-gerichte begeleidende dienst. Eerder bij toeval is die dienst ook gekend in het één Gezin - één Plan netwerk.

Dat netwerk is een initiatief dat nauwer contact beoogt tussen de cliënt en enkele externe diensten. Het is een nieuwe manier van werken: meer outreachend dan het standaard takenpakket van een maatschappelijk assistent binnen een OCMW lijkt toe te laten. Het gaat erom kleine problemen aan te pakken voor ze grote problemen worden. Er wordt ingezet op een snel en flexibel aanbod wanneer rechtstreeks toegankelijke hulp niet dadelijk beschikbaar is.  

Ook het OCMW maakt deel uit van het netwerk. Zowel Rima als haar kinderen doen hun relaas. Voor praktische problemen komen praktische oplossingen. Het Sociaal Huis bekommert zich om administratieve problemen zoals de waterfactuur. Voor het gebrek aan een aparte studeerplaats voor de kinderen wordt een paravaan geregeld. Maar de kern van het probleem blijft: Rima, alleenstaande moeder in een verzorgingsopleiding, komt centen, maar vooral handen tekort. Als er nog stages bijkomen lukt het helemaal niet meer. Onder andere vanwege de onregelmatige uren kan ze de studies van de kinderen niet opvolgen. De vooruitgang die geboekt werd, komt in gevaar. Maatschappelijk assistenten komen zulke vicieuze cirkels dagelijks tegen. 

Om deze te doorbreken besluit het team het over een andere boeg te gooien. Voor de duur van de opleiding en stages krijgt Rima extra ondersteuning in de vorm van poetshulp en dienstencheques. Dat geeft haar afdoende ademruimte, zekerheid, en de tijd die nodig is om de kinderen de nodige omkadering te geven. Na analyse blijkt tijd een belangrijkere factor dan geld voor het vrijwaren van een menswaardig bestaan. Het lijkt een simpele conclusie; misschien ontglipt ze ons net daarom maar al te vaak. 

Wat deze oplossing uiteindelijk mogelijk maakt is het out-of-the-box denken van de maatschappelijk assistent en het engagement van o.a. de hoofd-maatschappelijk assistent, de jurist, het departementshoofd en de voorzitter om dit te verdedigen. Niet iedereen is meteen overtuigd van deze ongewone aanpak. Waar leg je immers de grens? Is dit door te trekken naar de rest van het cliënteel? Vele bedenkingen en tegenwerpingen zijn terecht, de verantwoording voor de zeer specifieke aanpak verre van evident, maar de samenleving verandert razendsnel. Armoede in al zijn verschijningsvormen eveneens. Een evolutie waar hulpverleners niet blind voor mogen zijn. Stilstaan is terrein verliezen, innovatie en samenwerken de enige manier om gelijke tred te houden.

Een andere boeg

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x