Het lijkt alsof hij hulp wil die hij niet durft te vragen.

Het lijkt alsof hij hulp wil die hij niet durft te vragen.

Ronald zit met Alex, zijn schuldbemiddelaar, op de bank voor het kantoor. Hij was zijn budgetmeterkaart komen afgeven aan het loket. Bij Alex ging er een knipperlichtje branden. Zij kent hem. Al vele jaren. Hier zit meer achter. Ze loopt naar buiten en weet hem nog net te pakken te krijgen… Gelukkig maar, zo blijkt achteraf.


Ronald heeft een rugzak. Als kind werd hij door beide ouders verlaten. Een tante doet wat ze kan, maar het kwaad is geschied. Als jongeman werkt hij in de bouw, dankzij een lokale aannemer die hem onder de arm neemt, ondanks zijn verslavingsprobleem, een opvliegend karakter, het vaak te laat of helemaal niet op het werk verschijnen. Tot het ook voor die man, in veel opzichten een vaderfiguur, te veel wordt. Intussen heeft Ronald aanzienlijke schulden opgebouwd. Met de hulp van het OCMW, met vallen en opstaan, wordt hij ze meester.

Hij heeft intussen ook een nieuwe job, maar de pijn blijft. Met zoveel emotionele littekens voelt hij elke weeromslag van ver aankomen, maar voor de buitenwereld blijft hij onvoorspelbaar. Binnenin knaagt en beeft het vaak. Als zijn schulden afbetaald zijn wordt Alex het spoor bijster. Ze blijft evenwel proberen; een telefoon, een briefje. Er groeit tijdens zo’n traject vaak een vertrouwensband, broos en tegen weerwil. Maar Ronald verdwijnt van de radar.

Tot hij op een dag dus opnieuw opduikt om die budgetmeterkaart af te geven. Het lijkt of hij hulp wil die hij niet durft te vragen. Alex praat met hem, daar op dat bankje. Enfin, praten… aan elk woord moet ze sleuren als aan een paard tot aan de knieën vast in een moeras. Ja, hij heeft een job, maar neen, het gaat niet goed. “De baas kleineert mij”. Ronald heeft die rugzak bij; ook een echte rugzak in dit geval. Alex ziet er een ongewoon lang voorwerp uitsteken en vraagt wat het is. 

Ronald, zo bleek, was onderweg naar het werk, met een baseballknuppel.

Alex, lijkbleek, moet even slikken. Het is de vertrouwensband die ze met hem heeft opgebouwd waarop ze koorddansen moet. Zij beiden, boven die gapende achtergrond, hand in hand. Een van de moeilijkste gesprekken die ze ooit heeft gehad. Uiteindelijk stuurt ze Ronald naar de huisarts. “Bel me als je er bent”. Alex vraagt ook of ze de knuppel in bewaring mag nemen. Hij knikt.

Vele jaren later komt Ronald opnieuw voorbij het kantoor, om een papier af te geven. Iets stoms, eigenlijk. Hij wil vooral vertellen dat het goed met hem gaat. Dat hij gelukkig is, en dat hij iemand bijzonder gevonden heeft.

Het lijkt alsof hij hulp wil die hij niet durft te vragen.

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x