Walter

Walter

Walter, 70, woont sinds vele jaren op dezelfde plek. Dit huis is zijn thuis, hier voelt hij zich goed. Tot op een dag de eigenaar beslist om in het appartementsgebouw ingrijpende verbouwingswerken uit te voeren.

Walter moet vertrekken. Hij heeft zes maanden de tijd om een oplossing te zoeken. Zes maanden worden er vijf. Dan vier… Het is allemaal niet zo evident op zijn leeftijd. Drie. Twee. Voor hij er goed en wel erg in heeft is de opzegperiode verstreken.

Walter klopt aan bij het OCMW. Waar kan hij anders nog naartoe?

De eerste gesprekken verlopen stroef. Walter geeft een onverzorgde indruk, komt verward over. Yasmina, zijn maatschappelijke assistente, vermoedt dat er alcohol in het spel is. Ze vindt een opvangcentrum voor hem. Daar kan Walter een maand terecht terwijl er naar een structurele oplossing gezocht wordt.

De gesprekken worden er niet beter op. De tijd dringt. Waar kan Walter heen? Huren op de privé markt? Een service flat?

Yasmina stelt een zogenaamd ‘kortverblijf’ van drie maanden voor in een Woonzorgcentrum. Dat is een plek waar Walter, gezien zijn problematiek, een zekere omkadering krijgt. Zo gezegd, zo gedaan.

Het duurt lang vooraleer hij er zijn draai vindt. Walter voelt zich met 70 te jong voor een woonzorgcentrum, maar stapje bij beetje winnen de verzorgers zijn vertrouwen. Hij neemt regelmatig een bad, scheert zich opnieuw. Zijn eetlust keert weer. Op het einde van de 90 dagen wordt er geëvalueerd. Het was geen gemakkelijk parcours, maar Walter gedijt in het centrum. Het ontgaat hem niet dat de omkadering, in zekere zin een verlies aan autonomie, ook een positieve impact heeft op zijn medische toestand. In onderling overleg met Walter en de zorgverleners wordt er uiteindelijk beslist om het kortverblijf permanent te maken. Een oplossing, een nieuwe thuis.

Walter

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x